Orgel Orgel
Het orgel is gebouwd door orgelbouwer J. van der Kleij uit Rotterdam, en in 1910 ingewijd.
De oorspronkelijke dispositie was 1 klavier + vrij pedaal, 8 stemmen, pneumatische tractuur:

 
Manuaal
Pedaal
Prestant 8’
Subbas 16’
Bourdon 16’
 
Gamba 8’
 
Roerfluit 8’
 
Octaaf 4’
 
Octaaf 2’
 
Cornet 3- sterk
 
Tremulant
 












In de dertiger jaren heeft een elektromotor de handbediening van de blaasbalg overgenomen.
Later is de registratie diverse malen gewijzigd, o.a. door de firma Hoogenboezem uit Schiedam.
In 1971 heeft de firma Fonteijn & Gaal het orgel verbouwd: Er kwam een een tweede klavier bij, het pedaal werd uitgebreid en de speeltafel werd verplaatst van de orgelgalerij naar de koorgalerij. De tractuur werd hierbij gewijzigd van pneumatisch naar elektro-pneumatisch.

Huidige dispositie:
Manuaal I
Manuaal II
Pedaal
Prestant 8’
Salicionaal 8’
Subbas 16'
Roerfluit 8’
Holpijp 8’
Gedekt 8'
Octaaf 4’ 
Roerfluit 4’
 
Fluit 4’
Gemshoorn 2’
 
Quint 2 2/3’
Quint 1 1/3’
 
Octaaf 2’
Tremulant
 
Mixtuur 3- sterk
 
 










Koppelingen:
Pedaal +I
Pedaal +II
Manuaal I+II
Sub I + II
Tractuur: Elektro-pneumatisch
 
 

Op 17 oktober 2010 werkte de cantorij mee aan een feestelijke eredienst toen aandacht werd besteed aan het 100-jarig bestaan van het orgel. De cantor-organist Hans Jansen componeerde speciaal voor deze gelegenheid een compositie voor koor en orgel op de tekst die 100 jaar geleden op de orgelkas was aangebracht en combineerde deze met de tekst die in de leerkamer aan de andere kant van de muur is aangebracht.
 
Met mont gebeên
Noch sangh alleen
Is God tevreên
’t Geen ’t herte singht
Door d’wolken dringht

Mijn zoon, mijn dochter,
geef mij uw hart,
vind vreugde in de weg die ik je wijs.
Halleluja!

(Spreuken 23: 26a)
terug